Wat is staatssteun eigenlijk?
De EU definieert staatssteun via vier criteria (art. 107 VWEU). Pas als een voordeel aan alle vier voldoet, spreken we van staatssteun — en gelden Europese regels.
1. Staatsmiddelen — het geld komt uit publieke middelen (Rijk, provincie, gemeente, RVO, EU). Particuliere fondsen vallen buiten scope.
2. Selectiviteit — het voordeel is voor specifieke bedrijven, sectoren of regio's, niet algemeen beschikbaar. Algemene belastingregels (zoals de MKB-winstvrijstelling voor alle ondernemers) tellen niet.
3. Concurrentievervalsing — de steun verandert de concurrentiepositie van het bedrijf in zijn markt.
4. Handelsbeïnvloeding — de steun kan de handel tussen EU-lidstaten beïnvloeden.
Voor MKB in Nederland is in de praktijk bijna elke projectsubsidie formeel staatssteun — maar valt vaak onder een vrijstelling (de-minimis of AGVV).
- Staatsmiddelen: publiek geld
- Selectiviteit: specifiek, niet algemeen
- Concurrentievervalsing: marktpositie-effect
- Handelsbeïnvloeding: grensoverschrijdend effect